Kamp Leiden
Werkverschaffing: Kanalisatie van de Zijl tussen Leiden en de Kagerplassen (1936-1937)
De Kagerplassen is een stelsel van veenplassen in het noorden van de Nederlandse provincie Zuid-Holland, dat als recreatiegebied en als visgrond wordt gebruikt. De plassen liggen tussen Warmond, Oud Ade, de Haarlemmermeer en Sassenheim, grotendeels in de gemeente Teylingen. De plassen worden omzoomd door een netwerk van kleine rietsloten en vaarten en maken deel uit van het Hollands-Utrechts veenweidegebied. Er liggen veel en relatief grote eilanden in en tussen de plassen.
De Kagerplassen vormen een langgerekt stelsel van ondiepe veenplassen dat zich in een ZW-NO richting uitstrekt tussen de Merenwijk in Leiden en de zuidpunt van de Haarlemmermeer. Van zuidwest naar noordoost liggen er de volgende plassen: 't Joppe, de Spriet, de Laeck, de Warckerleede, Zweiland (de grootste plas), het Norremeer, de Eijmerspoel, de Dieperpoel (de meest noordelijke plas), Spijkerboor en Kever (de meest oostelijke grote plas). Ook de vijf kleine plassen ten oosten en zuiden van de hoofdplassen worden nog tot de Kagerplassen gerekend. Het gaat om Sever, de Koppoel, de Kiekpoel of Kleipoel, de veraf gelegen Hanepoel en het Vennemeer. De plassen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 250 ha. (excl. 't Joppe). Ze vormen een onderdeel van het boezemstelsel binnen het Hoogheemraadschap van Rijnland en hebben een belangrijke functie bij het bergen en doorvoeren van water. Na de veenontginning zijn de plassen door afkalving en erosie langzaam groter geworden. Ze hebben een gemiddelde diepte van 3,4 m. Het Zweiland is op sommige plaatsen 12 à 13 m diep; hier heeft rond 1960 namelijk zandwinning plaatsgevonden. Het waterpeil in de Kagerplassen ligt hoger dan het maaiveld van het omringende polderland.
't Joppe (93 ha.) is de enige niet-natuurlijke plas. Deze plas ontstond door de behoefte van Leiden aan zand. Reeds in het zogenaamde Leidse Merenplan van 1949 ontvouwde Leiden zijn ideeën voor zandafgravingen in de polders ten noorden van de stad en werden al stilzwijgend gronden en boerderijen opgekocht. Het zou evenwel nog zo'n 25 jaar duren: pas midden jaren 70 ontstond 't Joppe door de afgraving van het middelste deel van de Zwanburgerpolder voor zandwinning; de restanten van deze polder werden tot drie eilanden: de grootste daarvan heet nog steeds de Zwanburgerpolder (100 ha); de andere twee eilanden kregen de namen Koudenhoorn en De Strengen. Er vindt nog steeds zandwinning plaats in 't Joppe en deze plas is dan ook veel dieper: gemiddeld 13 m met een maximale diepte van 39 à 42 m. De oevers van 't Joppe zijn zeer steil.Daardoor is er ook een groot ecologisch verschil tussen 't Joppe en de andere plassen. Het watervolume van 't Joppe is even groot als dat van alle andere plassen tezamen (beiden ongeveer 12 miljoen m3). Vanwege al deze omstandigheden wordt 't Joppe niet altijd tot de Kagerplassen gerekend.
De Kagerplassen zijn via de rivier de Zijl verbonden met de Oude Rijn in Leiden.
Werkverschaffing: Stadspark Leidse Hout.
De Leidse Hout is een stadspark, niet ver van de gemeentegrens met Oegstgeest.
Oppervlakte 18,5 ha.
Opening 30 juni 1931
Beheerder Gemeente Leiden
Het park werd op 30 juni 1931 geopend. Het is aangelegd als werkverschaffingsproject, zoals ook het Haagse Zuiderpark, het Amsterdamse Bos en het Rotterdamse Kralingse Bos. De Leidse Hout is vooral beplant met typisch Nederlandse bomen en planten. Er zijn daarom nog steeds veel eiken, essen, beuken en elzen terug te vinden in het park. Ook paddenstoelen doen het goed in de Leidse Hout, er groeien meer dan 140 soorten. De Leidse Hout is de enig plek in Leiden waar de rosse vleermuis te zien is.
In het park bevinden zich onder andere uitspanning Het Theehuis, een hertenkamp en een muziektent. In het naastgelegen sportpark liggen een atletiekbaan en tennisbanen.