Werkverschaffing Waalwijk

Waalwijk

Op 1 januari 1922 werden de zelfstandige gemeenten Baardwijk, Besoijen en Waalwijk samengevoegd tot de nieuwe gemeente Waalwijk. In 1997 werden de gemeenten Waspik en Sprang-Capelle aan de gemeente Waalwijk toegevoegd.


Woonplaatsen 


Woonplaats 
Waalwijk
Sprang-Capelle 
Waspik 

De gemeente is verdeeld in de volgende wijken:

Wijk 00 Waalwijk 
Wijk 01 Bedrijventerreinen Waalwijk 
Wijk 02 Sprang 
Wijk 03 Vrijhoeve 
Wijk 04 Capelle en Nieuwe Vaart 
Wijk 05 Waspik 
Wijk 06 Waspik-Zuid 


Een wijk kan bestaan uit meerdere buurten. 

Waalwijk-Centrum 
Besoijen
Baardwijk 
Laageinde
Antoniusparochie 
Bloemenoord en 't Groenewoud 
Zanddonk 
Meerdijk 
De Hoef 
Verspreide huizen Waalwijk 
Bedrijventerrein Haven 
Bedrijventerrein Besoyen 
Bedrijventerrein Zanddonk 
Bedrijventerrein Eerste Zeine 
Sprang 
Bedrijventerrein Berkhaag 
Lint van Sprang 
Driessen 
Verspreide huizen Sprang 
Vrijhoeve 
Lint van Vrijhoeve 
Verspreide huizen Vrijhoeve 
Capelle 
Nieuwe Vaart 
Lint van Nieuwe Vaart 
Bedrijventerrein Nederveenweg en haven
Verspreide huizen Capelle en Nieuwe Vaart 
Waspik 
Bedrijventerrein Waspik 
Verspreide huizen Waspik 
Waspik-Zuid 
Verspreide huizen Waspik-Zuid 

Waalwijk

Voor Waalwijk bestaan geen specifieke archiefvermeldingen van individuele projecten in de jaren dertig in de beschikbare bronnen, maar het is aannemelijk dat Waalwijk gelijke werkverschaffingsactiviteiten kende zoals in andere Brabantse steden. Mogelijke projecten waren aanleg- en onderhoudswerken, grondwerken voor stadsuitbreiding, of infrastructuurverbetering. 

Werklozen die deelnamen aan deze projecten werden gehuisvest in zogenaamde werkkampen. In Waalwijk en andere gebieden bestonden deze kampen uit houten barakken die semi-permanent waren en eenvoudig van opzet. Een typische woonbarak bood plaats aan ongeveer 48 personen, verdeeld in kleine vertrekken van 3 × 5 meter. Vaak werden vier van dergelijke woonbarakken samengevoegd tot een afdeling, met eigen groepsleiders en een afdelingscommandant. Rondom de barakken lagen appelplaatsen en er waren extra voorzieningen zoals keukens, kantines, fietsenstallingen, werkplaatsen en stalbarakken

De projecten werden uitgevoerd onder toezicht van landelijke organisaties zoals de Nederlandse Heidemaatschappij (de Heidemij). Deze organisatie bepaalde de projecten, werktijden, lonen en hield toezicht op de arbeid. De arbeiders, soms aangeduid als stoklopers, hadden weinig vrijheid; wie weigerde, verloor uitkering en werd overgeleverd aan armoedehulp, wat destijds als een schande werd beschouwd

Op het terrein van het huidige Eigentijdserf in Oost-, West- en Middelbeers, bijvoorbeeld, werden houten barakken gebouwd voor werklozen die verplicht waren te werken aan landontginning en ruilverkaveling als onderdeel van het werkverschaffingsprogramma. Elke woonbarak had onder meer een beheerderbarak met keuken en technische ruimte. Dergelijke kampen waren vergelijkbaar met de landelijke praktijk en illustreren hoe ook in Brabant werklozen gehuisvest en ingezet werden

De opzet was bedoeld om snel te kunnen worden opgebouwd en afgebroken, afhankelijk van de projecten in de omgeving.

 

Sprang-Capelle 

Hoewel specifieke projecten in Sprang-Capelle niet gedocumenteerd zijn zoals die in grote steden, kunnen we aannemen dat het dorp deel uitmaakte van de regionale werkverschaffing die in Noord-Brabant plaatsvond. Sprang-Capelle had van oudsher een agrarisch karakter en later ook textielindustrie, waardoor werk in landbouwprojecten, bosaanplant of infrastructuur waarschijnlijk gebruikelijk was
In deze periode stonden inwoners van het dorp, net als elders in Nederland, onder druk om gewerkt te worden, aangezien dit gekoppeld was aan sociale steun.

Waspik 

Waspik was een klein dorp in Noord-Brabant dat zich voornamelijk bezighield met landbouw, turfwinning, leerlooierij en scheepsbouw

Hoewel er geen specifieke archiefvermeldingen beschikbaar zijn van werkverschaffing en barakken in Waspik, kan op basis van landelijke en regionale praktijken worden aangenomen dat werklozen ook hier  werkverschaffing en uitvoerden en tijdelijk in houten barakken werden gehuisvest om deel te nemen aan lokale projecten, bijvoorbeeld het verbeteren van landbouwgrond of infrastructuur, vergelijkbaar met wat elders in Brabant en Nederland gebeurde