Kamp Rotterdam
Werkverschaffing
- Kralingse bos
-
De werkverschaffing in Rotterdam tijdens de crisisjaren '20 en '30 van de twintigste eeuw, waarbij duizenden werkloze Rotterdammers verplicht fysieke arbeid moesten verrichten. Dit systeem was enerzijds bedoeld als armenzorg om uitkeringskosten te drukken, maar diende anderzijds om 'lediggang' tegen te gaan. De bekendste erfenis van deze grootschalige handarbeid in Rotterdam is de aanleg van het Kralingse Bos.
Kralingse Bos: Dit is het meest prominente Rotterdamse project uit de werkverschaffing. In de jaren dertig werden honderden werklozen ingezet voor de handmatige aanleg en beplanting van de polders rondom de Kralingse Plas.
Grondverzet Havens: Delen van de Rotterdamse havens en omliggende infrastructuur werden met basaal gereedschap zoals schoppen en kruiwagens uitgebreid of opgehoogd. Slib uit de Waalhaven werd bijvoorbeeld gebruikt om de polders bij Kralingen op te hogen.
Noordpark (Zwijndrecht): Net buiten Rotterdam, aan de rivier de Noord, werd destijds het 'Boschpark aan den Noord' aangelegd door werklozen uit de regio om de morele inzinking van de crisis te bestrijden.
Zwaar handwerk: De arbeiders moesten verplicht met schop en kiepkar aan de slag. Machines werden bewust buitengesloten om zoveel mogelijk mensen tegelijkertijd bezig te houden.
Lage lonen: Men kreeg geen regulier salaris, maar een sober loon dat net boven het niveau van de destijds vernederende 'steun' (uitkering) lag.
Stakingen: De strenge regels en verplichtingen leidden in Rotterdam en omliggende regio's regelmatig tot protesten, waaronder het bekende Steunoproer. Wie weigerde te werken, verloor direct het recht op uitkering.