Kamp Vlagtwedde
Werkverschaffing
Ontginning in Jipsinghuizen
Initiatiefnemer voor de werkverschaffing was begin jaren twintig van de 20e eeuw Jan Buiskool (burgemeester van achtereenvolgens Vlagtwedde en Delfzijl en rijksinspecteur van de werkverschaffing). De werkverschaffing werd georganiseerd door de in 1924 door Buiskool opgerichte N.V. Ontginningsmaatschappij De Vereenigde Groninger Gemeenten, waar uiteindelijk 50 Groninger gemeenten lid van zijn geworden. De werklozen werden per tram naar Jipsinghuizen gebracht om in de omgeving van het dorp de heide te ontginnen. Ze overnachtten in barakkenkampen, waar een straf regime heerste. De werklozen kregen een aanmerkelijk lager salaris dan gangbaar was in de landbouw. Het was zwaar lichamelijk werk en veel van de tewerkgestelden hadden een opleiding genoten en waren er in het geheel niet aan gewend. Bij protest kregen ze geen geld meer van de overheid en staken had geen zin. Dit leidde tot een gevoel van machteloosheid en woede richting de onverzettelijke Buiskool, die in 1924 zelfs tevergeefs probeerde om de geldende werkweek van 50 naar 55 uur te brengen. In 1925 weigerden 3 van de 4 stad-Groningse werklozen erheen te gaan en het jaar erop zelfs 9 van de 10. Het project werd wel de hel van Jipsinghuizen genoemd.
In 1935 werd voor de werkverschaffing Kamp De Beetse gebouwd aan de Zevenmeersveenweg. Dit kamp werd vanaf 1942 gebruikt voor de huisvesting van Joodse dwangarbeiders en na de oorlog tot 1948 voor het opsluiten van NSB'ers.
In de jaren 1950 werd de ontginning afgerond. Op de ontginningsgronden werd ook veel bos aangeplant.
De ontgonnen gebieden zijn in chronologische volgorde:
Weenderveld, 525 ha groot Het gebied was tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw woeste grond. Als eerste project van de N.V. Vereenigde Groninger Gemeenten werd het in het kader van de werkverschaffing ontgonnen. Tegenwoordig is het een open landbouwlandschap. Tijdens de ontginning van de veengebieden in het kader van de werkverschaffing kwam het in 1925 tot een staking onder leiding van het 'Comité van Tewerkgestelden' bijgenaamd het Heidebloempje.
Jipsinghuizerveld, 264 ha groot
De Pallert, 92 ha groot Het schap lag ten zuidoosten van Bourtange, tussen de grens met Duitsland en het dorp (meer specifiek de Zodenpandweg) in. De noordgrens werd gevormd door de Bisschopsweg, terwijl de zuidgrens ongeveer 2,2 km zuidelijker lag, bij de dijk de Wollingboerscheiding. De polder waterde af via een duiker door de Bisschopsweg en verder via een sloot die uitmondt in de beek de Rille. Het schap onderhield ook enkele wegen.
Rhederveld, 447 haHet Rhederveld was een van de laatste hoogveengebieden in de provincie Groningen die ontgonnen werden. Het veld was oorspronkelijk in handen van Duitse particulieren. Het werd in het kader van de werkverschaffing in de jaren dertig van de twintigste eeuw onteigend. Op het hoogtepunt, in 1935, werkten er meer dan 1400 man in het veld. Na de ontginning werd het een landbouwgebi ed
Laudermarke, 253 ha
Loosterveen, 474 ha groot
Jipsingboertange, 204 ha groot De bossen werden aangelegd in de jaren dertig toen dit deel van Westerwolde, tot dan toe uitgestrekte heidevelden, werd ontgonnen door de N.V. Ontginningsmaatschappij De Vereenigde Groninger Gemeenten. Dat gebeurde grotendeels in het kader van de werkverschaffing onder erbarmelijke omstandigheden. De gronden die het minst geschikt waren voor de landbouw werden gebruikt voor de bosbouw.
Sellingerbeetse, 790 ha groot Tussen 1935 en 1948 stond Kamp De Beetse bij Sellingerbeetse waar eerst werklozen moesten werken, vervolgens Joodse mannen en daarna dwangarbeiders voor de Arbeitsinsatz werden geïnterneerd, daarna NSB-vrouwen en -kinderen (na Dolle Dinsdag) werden gehuisvest en ten slotte na de oorlog NSB'ers en SS'ers werden geïnterneerd.