Kamp Utrecht

Werkverschaffing Bij strenge kou verstrekte het gemeentebestuur in 1935 voor ƒ 0,05 per liter warm voedsel aan werklozen. in 1936, op het hoogtepunt van de econo‑ mische depressie, stonden in utrecht 12.500 mensen geregistreerd als werkloos. dat was 8 procent van de totale bevolking en 18 procent van de beroepsbevolking

Het Julianapark is een stadspark in de buurt Julianapark en omgeving in de wijk Noordwest in Utrecht 

Het 9,5 hectare grote park wordt begrensd door de buurten Elinkwijk, Egelantier-, Mariëndaalstraat en omgeving, de spoorlijn Utrecht - Amsterdam en de Amsterdamsestraatweg. Het park staat bekend om zijn Dierenweide met bijzondere dieren zoals (witte) herten, alpaca's en zeldzame eenden.

Het zuidelijke gedeelte van het park werd in 1903 als Engelse tuin ontworpen door de park- en landschapsarchitect Louis Copijn (1878 - 1945) in opdracht van de bankier Jan Kol, eigenaar van de bank Vlaer en Kol. Het werd dan ook de Tuin van Kol genoemd.

 

Kol bood het park aan het gemeentebestuur van Zuilen aan, maar dat kon het onderhoud niet betalen. Daarop bood hij het de gemeente Utrecht aan, met de belofte ook het omliggende terrein (waar later Werkspoor zich zou vestigen) als park in te richten. Een raadslid kwam kijken toen het park nauwelijks gereed was, en suggereerde dat Kol een mooi park had laten aanleggen maar de kosten van het onderhoud doorschoof naar de gemeente Utrecht. Hierop trok Kol zijn aanbod in, en liet daarna nog een hertenkamp aanbrengen.

 

In 1928 werd het park door de erfgenamen aan de gemeente Utrecht verkocht. In het kader van de werkverschaffing vond in 1935 een grote uitbreiding plaats onder verantwoordelijkheid van tuinarchitect Krijn Perk Vlaanderen en kreeg het de huidige vorm en naam. Het Julianapark was een groot succes bij de kinderen uit de arbeidersbuurten in de omgeving van het park; een echt volkspark.

 

Galgenwaard

Tot ongeveer 1600 was Galghenwert, zoals het in de Middeleeuwen werd genoemd, een galgenveld waar de lijken van geëxecuteerden werden opgehangen.[2] Het perceel is eeuwenlang gebruikt voor de land- en tuinbouw. De geschiedenis van het eerste Galgenwaard-stadion begint in de jaren dertig van de 20e eeuw.

 

Utrecht had behoefte aan een plaats waar verschillende sporten konden worden beoefend. Voordat het stadion kon worden gebouwd waren er enkele obstakels. Het Ministerie van Oorlog had problemen met het stadion dat een 'schootsveldbelemmerend gebouw' werd genoemd, omdat het binnen de fortengordel van Utrecht viel. Daarnaast waren er bedenkingen omdat de wereld na 1929 in de greep was van een crisis toen men met de bouw wilde beginnen.

 

Op 21 mei 1936 was het toch zover, het nieuwe stadion werd feestelijk geopend. Het was niet alleen een stadion waar gevoetbald zou worden. Lange tijd was wielrennen op de baan van Galgenwaard een heel populaire sport. Ook was het stadion het toneel van windhondenwedstrijden, atletiek, turnen en ook Jehova's getuigen hielden er congressen. Het waren de clubs Hercules en DOS die in de beginjaren hun competitiewedstrijden in het stadion speelden. De wedstrijden werden in die tijd al goed bezocht. Op een normale zondag trok het stadion zo'n kleine zestienduizend bezoekers.