Werkverschaffing Zevenaar
Zevenaar
De gemeente is genoemd naar de hoofdplaats Zevenaar. De voormalige gemeenten Zevenaar, Angerlo, Bergh en Didam (Didam en Bergh zijn opgegaan in de gemeente Montferland)
De gemeente heeft volgende wijken:
Zevenaar
Babberich
Angerlo
Giesbeek
Lathum
De voormalige gemeente Rijnwaarden heeft volgende wijken:
Herwen en Aerdt
Pannerden
Lathum
In de jaren 1930 werden in Lathum en de omliggende voormalige gemeente Angerlo werkverschaffingsprojecten uitgevoerd. Werklozen werden toen door de Nederlandse Heidemaatschappij aan het werk gezet voor ontginnings- en waterstaatprojecten, zoals het ruimen van watergangen en het verbeteren van landbouwgronden.
Spitterskampen (1944-1945)
In de herfst van 1944 en de winter van 1945 dwong de Duitse bezetter duizenden Nederlandse mannen om mee te werken aan de zogenaamde Pantherstellung, een grote verdedigingslinie langs de Rijn. De mannen die hiervoor via razzia's en de Arbeidsinzet werden opgeroepen, stonden bekend als spitters of gravers.
De locaties: Er waren circa zestig verblijfskampen (Duits: Lager). Deze bevonden zich voornamelijk in het spergebied rondom de Liemers, Arnhem, Oosterbeek, Wageningen en Rhenen.
De opvang: De mannen sliepen niet in tenten, maar werden door de bezetter massaal ondergebracht in gevorderde openbare gebouwen zoals scholen, fabriekshallen, kloosters, boerderijen en feestzalen.
De omstandigheden: De leefomstandigheden in deze kampen waren over het algemeen zeer slecht, met gebrekkige hygiëne en minimale voeding, terwijl er onder zware druk loopgraven en tankgrachten moesten worden gegraven.
Rijnwaarden
Werkverschaffingskamp Rijnwaarden of verblijfskampen in de regio Rijnwaarden zijn twee verschillende periodes en locaties:
Huize Rijnwaarden (Heerde): Dit landgoed werd in de crisisjaren (jaren '30) door de Rijksdienst voor de Werkverschaffing geconfisqueerd en aanvankelijk gebruikt als een officieel werkverschaffingskamp.
De Liemers / Voormalige Gemeente Rijnwaarden (1944-1945): Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtten de Duitse bezetters in de dorpen van de voormalige gemeente Rijnwaarden (zoals Pannerden, Lobith, Tolkamer en Spijk) dwangarbeiderskampen op. Duizenden Nederlandse mannen moesten hier als spitters graven aan een Duitse verdedigingslinie langs de Rijn.
1. Het Werkverschaffingskamp bij Huize Rijnwaarden (Heerde) In de jaren 1930, tijdens de grote economische crisis, zette de Nederlandse overheid de Rijksdienst voor de Werkverschaffing op. Locatie: Het adellijke huis/landgoed Rijnwaarden te Heerde (samen met het nabijgelegen Vosbergen). Doel: Werkloze mannen werden hier verplicht ondergebracht om zwaar infrastructureel werk en ontginningswerk te verrichten in de regio, in ruil voor een kleine steunuitkering. Oorlogsperiode: Later in de Tweede Wereldoorlog kregen dit soort locaties vaak een andere, meer dwingende functie onder de Duitse bezetter.
2. De Verblijfskampen in de regio Rijnwaarden (1944-1945) kamp in Rijnwaarden dan gaat het om de spitterskampen in de Liemers. Na de geallieerde nederlaag bij de Slag om Arnhem (september 1944) wilden de Duitsers de Rijnlinie versterken tegen een hernieuwde aanval. De Kampen: In het Sperrgebiet van de Rijn en de Veluwezoom werden bijna zestig kampen ingericht. Lokale scholen, steenfabrieken en boerderijen in onder andere Pannerden, Lobith, Tolkamer, Spijk en Zevenaar deden dienst als verblijfskamp voor dwangarbeiders. De Omstandigheden: Duizenden mannen uit het hele land werden via razzia's opgepakt en hierheen getransporteerd. Onder erbarmelijke, koude en gevaarlijke omstandigheden moesten zij tankgrachten, loopgraven en bunkers graven in de vuurlinie.
Herwen en Aerdt
In de voormalige gemeente Herwen en Aerdt (tegenwoordig onderdeel van de gemeente Zevenaar) zijn tijdens de jaren '30 en '40 verschillende vormen van werkverschaffing, polderwerkzaamheden en oorlogsgerelateerde kampen actief geweest. Er was niet één groot, landelijk bekend Joods werkkamp zoals in andere delen van Nederland, maar de regio kende wel specifieke werkverschaffingsprojecten en kampen in de oorlogsjaren:
1. Werkverschaffing in de Jaren '30 (Crisisjaren) Polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden: Tijdens de crisisjaren zette de Nederlandse overheid grote groepen werkloze mannen in via de Rijksdienst voor de Werkverschaffing. Grootschalig grondwerk: In deze regio werd zwaar handmatig werk verricht aan de polders, de dijken en het polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden. Dit diende ter verbetering van de waterwering en de landbouwgrond.Huisvesting: Vaak kregen deze arbeiders een (beperkte) steunuitkering en werkten zij dicht bij huis, of verbleven zij in tijdelijke, eenvoudige barakkenkampen in de regio.
2. De Oorlogsjaren (1940-1945) Nederlandse Arbeidsdienst (NAD): Tijdens de bezetting nam de Nederlandse Arbeidsdienst de lopende werkverschaffingsprojecten over. Jonge mannen werden verplicht om hierin te dienen. Hoewel de NAD-kampen elders in de Liemers en Achterhoek (zoals in Lievelde) bekender waren, vonden er in de regio Herwen en Aerdt continu graafwerkzaamheden plaats aan verdedigingslinies. Gedwongen tewerkstelling (Organisation Todt): In de late oorlogsjaren (1944-1945) vaardigde de gemeente Herwen en Aerdt herhaaldelijk oproepen uit voor de Arbeidsinzet. Mannen moesten onder dwang voor de Duitse Organisation Todt militaire verdedigingswerken, zoals loopgraven en bunkers, aanleggen langs de Rijn. Evacuatie: In de winter van 1944-1945 lag Herwen en Aerdt pal in de frontlinie. Het grootste deel van de bevolking moest toen verplicht evacueren richting het noorden en oosten van het land.
Pannerden
Er was geen (Joods- of Rijks-) werkverschaffingskamp in het dorp Pannerden zelf.
Wel is de regio rondom Pannerden (De Liemers) en het nabijgelegen Fort Pannerden nauw verweven met werkverschaffingsprojecten, dwangarbeid en de Nederlandse Arbeidsdienst tijdens de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog.
1. Waterstaat- en Werkverschaffingsprojecten (Jaren '30) Tijdens de economische crisis in de jaren 30 zette de Nederlandse overheid grote groepen werklozen in voor infrastructurele projecten.In het Polderdistrict Herwen, Aerdt en Pannerden werden in 1938 en 1939 plannen uitgewerkt voor de verbetering van de watervoorziening en ontwatering. Werklozen werden verplicht om mee te werken aan deze zware graaf- en ontginningsprojecten om hun steunuitkering te behouden. Zij verbleven dan vaak in tijdelijke barakken of nabijgelegen regionale kampen.
2. De Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) Tijdens de Duitse bezetting richtte de bezetter de Nederlandse Arbeidsdienst op. Jonge mannen moesten verplicht een half jaar arbeidsdienst plichten.Binnen de organisatie-archieven van de NAD (Kring 1, Groep 1.02 Rijnstrangen) valt Pannerden expliciet onder de administratie (als sublocatie of detachement 1.02.10). Dit betrof vaak kleinere, lokale groepen arbeiders die dichtbij de rivieren en dijken tewerkgesteld werden.
3. Gedwongen Graafwerkzaamheden (1944 )In de late oorlogsjaren (september 1944 – begin 1945) veranderde de regio rond de Rijn en de Waal in een frontlinie.De Duitse bezetter dwong duizenden Nederlandse mannen (onder andere via razzia's uit omliggende dorpen en steden zoals Apeldoorn en Haarle) om militaire verdedigingswerken te graven. Deze mannen moesten graafwerkzaamheden verrichten in Pannerden en Zevenaar (zoals loopgraven en tankgrachten). Zij werden provisorisch ondergebracht in lokale gebouwen, scholen en schuren, wat in de volksmond vaak als werkkamp werd aangeduid.